Wordt het duale leren het normale leren?

04-06-2019

Groeiende interesse voor werplekleren in de Vlaamse bouw

Op 23 mei organiseerde de Confederatie Bouw Oost-Vlaanderen op initiatief van haar cluster Afwerking en met medewerking van de Vlaamse Confederatie Bouw en het opleidingsfonds Constructiv bij Odisee te Aalst een voormiddagsessie over de diverse samenwerkingsmogelijkheden tussen bouwbedrijven en onderwijsinstellingen. Voor deze sessie was er een beter dan verwachte opkomst met ongeveer 60 deelnemers. De deelnemers kwamen zowel vanuit het bedrijfsleven als vanuit het onderwijs. De opkomst wijst op een fors toegenomen belangstelling voor werkplekleren van beide kanten. De acute tekorten op de bouwarbeidsmarkt zijn daar niet vreemd aan.

Nieuwe overheidsinitiatieven versterken nog deze belangstelling, zoals de definitieve invoering van het duaal leren in het secundair onderwijs vanaf september 2019 en de opkomst in het hoger onderwijs van het graduaat dat voorziet in minimaal een derde werkplekleren, eveneens vanaf volgend schooljaar in een aantal hogescholen, zoals bij Odisee te Aalst.

Bovendien heeft de Vlaamse regering nog op de valreep een startnota over de invoering van duaal leren in het hoger onderwijs goedgekeurd. De nota pleit voor minimaal een derde leren op de werkplek, zoals in het graduaat. Het Managementcomité Onderwijs, Vorming en Werk zal de komende maanden op basis van deze startnota de invoering van duaal leren in het hoger onderwijs voorbereiden. Maar het zal de nieuwe Vlaamse regering zijn die op een aantal punten de knoop zal moeten doorhakken.

toenemende belangstelling voor duaal leren
toenemende belangstelling voor duaal leren

Cruciale rol van de mentor

Uit de toelichtingen die in Aalst werden gegeven, blijkt bij werkplekleren de cruciale rol van de mentor in de bedrijven. De mentor moet een duizendpoot zijn. Geert Gille, regiomanager van Constructiv: "Hij moet de nieuwkomers begeleiden, coachen én opleiden. Hij is de schakel tussen de werkvloer en de zaakvoerder of de personeelsdienst. Hij moet weten wat de job inhoudt en dat ook kunnen overbrengen. Hij moet met de nieuwkomer matchen, een vlotte prater zijn, geduldig én geëngageerd." Constructiv biedt mentoropleidingen aan. Bedrijven getuigen dat die met interesse worden gevolgd.

"Duaal leren is zowel voor de leerling, de mentor als voor het bedrijf een meerwaarde mits voldoende investering, inzet en motivatie van alle partijen", aldus Laura De Paepe van het bouwbedrijf Denys. Staat daar enige overheidssteun tegenover? Dirk Herman, senior HR business partner bij Willemen Infra verwees naar de start- en stagebonus en naar de mentorkorting van 800 euro per kwartaal. Maar er is maar 1 mentorkorting per 5 leerlingen terwijl een mentor volgens hem best 1 tot maximum 2 leerlingen mag begeleiden. Elke steun vergt ook administratieve verplichtingen. Vanuit de sector bestaat bijkomend het systeem van de bouwingroeibanen. Wie ziet door de bomen nog het bos?

Door de bomen het bos zien

Dat geldt ook voor de verschillende opleidingsformules. Naast het 'duaal leren' bestaan nog altijd de stages en het stelsel van leren en werken. Ine De Sutter van het provinciaal centrum voor deeltijds onderwijs te Eeklo legde haarfijn de verschillen tussen het duaal leren en het leren/werken-systeem uit. Bij duaal leren moet de leerling het volledige standaardtraject kunnen volgen. Maar wat als het opleidingstraject vier soorten van lassen bevat en het bedrijf maar één lastechniek toepast? Dan moet de leerling bij verschillende bedrijven worden ingeschakeld. Dat maakt het traject behoorlijk ingewikkeld voor bedrijven én leerlingen. Uit de toelichting van Lieven De Vos van VTI Aalst bleek dat zelfs een 'gewone' leerlingenstage nu met 12 documenten gepaard gaat. Alleen al die hoop papier doet (kleinere) bedrijven afhaken.

Bovendien zijn er nog de praktische problemen: hoe geraken de leerlingen op de bouwplaatsen? Wat met de verzekeringen en de vakanties? Tijdens de eerste proefjaren voor het duaal leren bestond daarover nogal wat onduidelijkheid. In het algemeen zijn de bouwbedrijven eerder voorstander van langere periodes (volledige weken) in het bedrijf in plaats van enkele dagen per week, zoals onder meer Andy Zenner van Zenner Norbert Schilderwerken getuigde.

Toch rendeert het werkplekleren. Dirk Herman: "In 2018 hebben wij 10 studenten uit stages aangeworven. Stel dat wij die hadden moeten aanwerven via selectie- en uitzendkantoren, dan had dit ons voor 75.000 euro aan selectiefees gekost." Zo vroeg mogelijk bij leerlingen en studenten naambekendheid verwerven is de boodschap.

Ook meer stages voor studenten?

Ook studenten zijn vragende partij voor bedrijfsstages. Op basis van een enquête onder de nog studerende industriële ingenieurs bij de KU Leuven bleek dat voor 69% een stage de beste methode vormde om met bouwbedrijven in contact te komen. Dat resultaat vormde een van de uitgangspunten van een recent interactief debat bij de KU Leuven te Gent.

Daarbij werd de vraag gesteld of de huidige stageregeling van een maand voor kandidaat industrieel ingenieurs tot drie maanden kon of moest worden uitgebreid. Een eerste bedenking was of daarvoor voldoende stageplaatsen kunnen worden gevonden. Bij het duaal leren in het secundair onderwijs zijn er alvast meer bedrijven met een erkenning dan bedrijven met een duale leerling. Het aanbod van leerwerkplaatsen blijkt dus niet zo problematisch als het aanbod van leerlingen. Bert Lauwers, de decaan van de faculteit Industriële Ingenieurswetenschappen, pleitte op dit debat wel voor grondig gecoachte trajecten met een intensieve interactie tussen bedrijven en faculteiten. Zo kwam ook op dit debat de idee van co-investering op de proppen.